Deeltests Brugklasscreening
Brugklasscreening bestaat uit vijf tests: drie dyslexietests en twee vaardighedentests.
De dyslexietests omvatten een ‘deletietest’, een ‘telefoontest’ en een ‘onzinwoordentest’. De vaardighedentests omvatten een ‘non-verbale redeneertest’ en een ‘verbale redeneertest’.
Hier kunt u de tests bekijken: filmpjes
deletietest
Met de deletietest worden de fonologische vaardigheden van de leerling getoetst. Slechte fonologische vaardigheden worden gezien als een sterke en stabiele voorspeller van lees- en spellingproblemen en daarmee dus van dyslexie. Fonologische vaardigheden omvatten het vermogen om woorden op te kunnen delen in stukjes, en deze vervolgens samen te kunnen voegen nadat een stukje is weggelaten. Dit is wat er bij de deletietest getoetst wordt.
telefoontest
De telefoontest test het verbale werkgeheugen van de leerling. Van de leerling wordt gevraagd een verbaal aangeboden reeks cijfers, die steeds langer wordt, te onthouden en te reproduceren. Ook de relatie tussen leesproblemen en het verbale werkgeheugen is onomstreden.
onzinwoordentest
De laatste van de drie dyslexietests is de onzinwoordentest. Deze test onderzoekt de decodeervaardigheden van de leerling, oftewel de vaardigheid om verklankend te lezen. Om de decodeervaardigheid goed in kaart te kunnen brengen, is er gekozen voor het gebruik van niet-bestaande woorden. Hierdoor bestaat er geen woordbeeld op grond waarvan het woord gelezen kan worden.
twee vaardighedentests
Naast de drie dyslexietests worden er twee redeneertests afgenomen. Deze twee tests zijn aan de screening toegevoegd om een indruk te krijgen van de algemene intelligentie van de leerling. Het blijkt dat de algemene intelligentie van een leerling van invloed is op de scores op de drie dyslexietests. Slimme leerlingen maken de dyslexietests beter dan leerlingen met een lagere algemene intelligentie. Bij de screening op de dyslexie houden we hier rekening mee, door de resultaten van de dyslexietests te corrigeren voor intelligentie.
Om een zo goed en vlot mogelijke schatting te maken van de cognitieve vaardigheden van de leerlingen, is ervoor gekozen een ‘non-verbale redeneertest’ en een ‘verbale redeneertest’ in de screening op te nemen. Belangrijk is te beseffen dat dyslexie niet gebonden is aan een laag cognitief niveau. Het is ook niet het doel van de vaardighedentests om een laag cognitief niveau aan te tonen. Het doel is om aan te tonen dat er, ondanks dat er sprake is van een normaal of zelfs hoog cognitief niveau, toch problemen ondervonden worden met lezen en/of spellen. Tevens willen we bij leerlingen met lagere intelligentieniveaus niet te veel leerlingen, onterecht, verdenken van dyslexie.
brugklasscreening
Het is erg belangrijk om te realiseren dat de Brugklasscreening een screening is: de opbrengst van de test is dat er bij leerlingen wordt aangegeven dat er een risico van dyslexie aanwezig is. Het kan zijn dat een leerling door andere redenen zwak scoort op de dyslexietests, en niet dyslectisch blijkt te zijn. Andersom, dat een dyslectisch kind niet opgemerkt wordt in de Brugklasscreening, kan ook. Dit laatste proberen we uiteraard zo veel mogelijk te voorkomen.